Ze komen zelden prominent in het nieuws en geven geen persconferenties. Maar zonder hen loopt de samenleving wel vast. Deze zomer kijkt het Nederlands Dagblad mee met mensen die een cruciaal beroep uitoefenen. Terwijl Nederlanders steeds meer elektriciteit gaan gebruiken en het net verstopt raakt, zorgen technici ervoor dat onze stroomvoorziening overeind blijft. Zij werken in weer en wind, vijftig meter boven de grond én vaak ver van huis. ‘De meesten slapen vaker naast hun collega’s dan bij hun partner.’
Hoogtevrees kunnen zijn monteurs niet gebruiken, zegt Dyan Niens, uitvoerder bij technisch dienstverlener SPIE. Terwijl zijn auto zich een weg baant over de rijplaten bij de bouwlocatie in Oostvoorne, schiet een konijntje de weg over. Het is juist die natuur die het werken aan hoogspanningslijnen zo ingewikkeld kan maken, legt hij uit.
‘Op het ijzer na, wordt alles vernieuwd. We moeten voorkomen dat het ooit een keer naar beneden komt.’
‘Voordat wij met een opdracht van netbeheerder TenneT aan de slag gaan, onderzoekt een ecoloog de omgeving’, zegt Niens. ‘De routes die het bouwverkeer en de machines moeten afleggen, mogen geen schade aan natuur en dieren opleveren. Na die goedkeuring is het wachten op de vergunningen.’ De regelgeving in Nederland gaat erg ver, vindt hij. ‘Ik begrijp de voorzichtigheid, maar soms lopen we maanden vertraging op vanwege één kraaiennest.’ Maar hier, vlak bij de Maasvlakte, kon SPIE begin juli volgens planning beginnen met het renoveren van de hoogspanningslijnen. De locatie is een belangrijk knooppunt: naast de stroom van windparken op zee, komt hier ook de elektriciteitsverbinding met Engeland aan land. Vervolgens wordt de stroom door het hele land getransporteerd. ‘De masten zelf blijven staan’, zegt Niens, wanneer we uit de auto zijn gestapt. ‘Maar op het ijzer na, wordt alles vernieuwd. We moeten voorkomen dat het ooit een keer naar beneden komt.’
Als uitvoerder zorgt Niens, die begonnen is als monteur, dat materialen op tijd klaar staan en iedereen veilig kan werken. Hij werkt deels op kantoor en deels buiten. ‘Af en toe ga ik nog mee de mast in. De vrijheid die je daarboven ervaart, het klimmen en klauteren - ik vind het fantastisch.’
Een mast in je achtertuin
Ook ik ga met een hoogwerker de lucht in, om de hoogspanningslijnen van dichtbij te kunnen bekijken. Uiteraard gezekerd met een helm en veiligheidsvest, dat aan de bak van de hoogwerker wordt vastgemaakt. Terwijl de grond onder ons verdwijnt, loopt de teller van de hoogwerker op, tot uiteindelijk 49,5 meter. Vanaf de top is de Noordzee goed zichtbaar. Het uitzicht is fantastisch, maar voor werken op deze hoogte moet je wel stalen zenuwen hebben..
Het is niet voor iedereen weggelegd, erkent Niens. Dat heeft ook nog een andere reden. Wie een contract tekent bij SPIE, kiest ervoor veel van huis te zijn. Het komende jaar zit zijn team in Oostvoorne, daarna kan het maar zo een andere uithoek van Nederland zijn. ‘De meesten van ons slapen vaker naast hun collega’s dan bij hun partner.’ Vier dagen op en neer naar huis rijden - monteurs zijn afkomstig uit het hele land - is voor velen niet te doen. Dat zou heel wat nachtelijke uren op de weg betekenen: de werkdag begint om zeven uur. Daarom zitten de meesten ‘in de kost’. Sommigen huren een hotelkamer, anderen zitten met elkaar in een stacaravan. ‘Zij koken samen en spenderen veel tijd met elkaar. Het is een leven op zich.’
Lees het volledige artikel via het Nederlands Dagblad