Datamodellen, algoritmes en sensorsystemen zijn óók onmisbare assets

Maikel Nabuurs en Tino Drenth SPIE
lines-animated

Data is het nieuwe goud in het businessmodel van een installatiebedrijf. Het klinkt voor sommigen misschien wat overdreven, maar feit is dat steeds meer technisch dienstverleners data ‘leading’ maken in hun dienstverlening. Zij passen hun bedrijfsvoering daarop aan of richten er zelfs aparte bedrijven voor op. ‘Er zijn twee pijlers die inmiddels bepalend zijn in onze bedrijfsvoering; verduurzaming en digitalisering & data’, zegt Maikel Nabuurs, verantwoordelijk voor Monitoring & Datamanagement bij SPIE.

‘Data is zowel een ‘enabeler’ als ook ‘brandstof voor de missie die wij voor onze onderneming hebben uitgestippeld. Data speelt in zo enorm veel activiteiten een bepalende rol. Dan hebben we het over de mogelijkheden om te verduurzamen, om onze werkzaamheden goed uit te voeren, maar bijvoorbeeld ook om uiteindelijk aan het werk te kunnen blijven, gezien de schaarste aan bekwame vakmensen’, start Maikel Nabuurs het gesprek. Hij voert deze samen met Timo van Drenth, contractmanager bij SPIE en verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van een groot aantal gebouwen op de TU Delft Campus. Beiden stellen dat data nooit een doel op zich is, maar dat digitale informatie, in veel verschillende vormen, wel een hele belangrijke bouwsteen is in de moderne bedrijfsvoering.

Het start met masterdata

‘Het start met masterdata, waardoor je zou kunnen zeggen dat die data ook het belangrijkste is. Masterdata is de statische data over het object en de klant: wat voor gebouw is het, welke assets zitten in het gebouw, wat is de onderhoudshistorie, hoe ziet het onderhoudsplan eruit en meer van deze feitelijke informatie’, vertelt Nabuurs. ‘Om deze data compleet en kloppend te krijgen is een uitdaging’, vult Van Drenth hem aan. Hij weet uit zijn ervaring dat die informatie in veel gevallen zeer gesegmenteerd en soms lastig te verkrijgen is. ‘Niet zelden moeten we redelijk veel moeite doen, zeker als gebouwen wat ouder zijn, om die informatie boven tafel te krijgen.’ Nabuurs: ‘In het algemeen doen we, als we een contract aangaan, een nulmeting waarbij we de masterdata verzamelen en controleren. We moeten weten of de uitgangspunten, waarmee we van plan zijn te gaan werken, ook kloppen. Daarom is die eerste opname erg belangrijk. Daar gaat ook flink wat tijd en geld in zitten. Maar als de data niet klopt, dan kan dat tot faalkosten leiden. De aantoonbaarheid en de juistheid van masterdata worden in toenemende mate bepalend voor de waarde van een vastgoedobject.’

Nieuwbouw als nulmeting

Bij een nieuw gebouw lijkt het een stuk eenvoudiger, omdat het ontwerp en de uitvoering van bouwprocessen in toenemende mate - en soms volledig - digitaal verlopen. En toch valt het nog niet mee. Van Drenth: ‘Bij nieuwbouw heb je direct een mooie nulmeting, zo zou je denken. Maar onze ervaring is dat bij het ontwerp en de uitvoering van een gebouw met al zijn installaties nog steeds te weinig wordt nagedacht over de beheer- en onderhoudsfase. Vooral omdat ontwerpers en bouwers in het algemeen geen lange-termijn belang hebben na de oplevering van een gebouw. En opdrachtgevers, als ze al eigenaar worden van het pand, zijn zich te weinig bewust van het goed opzetten van de data, zodat deze in de fase na oplevering één op één kan worden gebruikt.’ ‘Het gebeurt wel’, zegt Nabuurs, ‘maar dan vooral in de DBM(O)-contracten, zoals we dit zelf hebben ervaren met de Knoop Kazerne. In een design, build & maintain-contract wordt veel integraler nagedacht aan het begin van een bouwproces en zitten de onderhoud- en beheermensen als het goed is ook aan tafel bij de ontwerpers. Op zo’n manier zorgen we dat de juiste data, die na oplevering van belang is, al vanaf het ontwerp en tijdens de uitvoering goed worden vastgelegd.’ Hoewel vaak veel wordt verwacht van een BIM, is het Bouw Informatie Model niet per definitie van nut voor de partij die onderhoud en beheer uitvoert, zeggen Nabuurs en Van Drenth. ‘BIM is in de huidige praktijk, voor zover wij dat nu meemaken, nog te vaak iets voor de ontwerpers en bouwers. Het begint te groeien, maar vaak is slechts een deel van een BIM ook na oplevering bruikbaar.’

Werken met data scientists

Als de masterdata beschikbaar is, dan is het zaak om realtime data aan je systemen toe te voegen, zo zeggen de specialisten bij SPIE. Die data komen uit veel systemen. In veel gevallen zijn dat de bekende systemen, zoals gebouwbeheersystemen, toegangssystemen en andere gebouwgebonden installaties die allemaal en in toenemende mate data genereren. ‘Het verzamelen van data is één, maar het ook zinvol inzetten van data is van een hele andere orde’, zegt Nabuurs. ‘Wij werken daarom steeds meer met data analisten en data scientists. Uiteindelijk zullen zij ons helpen om met al die data onze businessmodellen naar een hoger niveau te tillen. Op dit moment zijn deze mensen nog zeker zestig procent van hun tijd bezig om die data op te schonen en in één model te krijgen. Dat percentage moet echt zo snel mogelijk omlaag. Een belangrijke randvoorwaarde is dat we als branche afspraken gaan maken over standaarden - wij en nog een aantal andere grote partijen kiezen voor Project Haystack - en hoe we data beschikbaar stellen. Dit is uiteindelijk voor iedereen van belang.’

Wensen en prioriteiten

‘Het is zeker niet zo dat we voor elk gebouw of voor elk contract direct zoveel mogelijk data verzamelen. We kijken eerst naar de wensen en waar de prioriteiten van de opdrachtgever liggen. Dit kan verduurzaming zijn, wat betekent dat we energiemonitoring en -bemetering prioriteit geven. Maar tegenwoordig zijn bijvoorbeeld ook comfort en binnenklimaat steeds vaker prioriteit, zeker nu we door de coronapandemie het belang van voldoende ventilatie en frisse lucht kennen. Vervolgens starten we met het binnenhalen van data uit bestaande systemen, het laaghangende fruit. Maar uiteindelijk kunnen we besluiten om extra sensoren te installeren, bijvoorbeeld om overal op CO2 te kunnen sturen. Dergelijke sensornetwerken worden ook steeds goedkoper.’ ‘Bij de TU Delft hebben we op verzoek van de universiteit een pilot gedaan met de monitoring van luchtbehandelingskasten. In vier min of meer dezelfde LBK’s met dezelfde capaciteit hebben we nieuwe filters getest. Deze zouden een betere binnenlucht tot gevolg hebben en bovendien een lager energiegebruik. Met de sensors die we aanbrachten en die in de filters zitten, krijgen we enorm veel informatie waarmee we voorspellend onderhoud weer een stap beter kunnen uitvoeren.’

Binnenklimaat sensor

‘Alles start met masterdata, waardoor je zou kunnen zeggen dat die data ook het belangrijkste is.’

Maikel Nabuurs

 

‘Om de masterdata compleet en kloppend te krijgen is een uitdaging.’

Timo van Drenth

Essentiële assets

Voorspellend onderhoud is een van de belangrijke redenen om nadrukkelijk in te zetten op het bouwen van een zo volledig mogelijk datamodel. Daarvoor zijn, zoals gezegd, specialisten nodig, zoals data scientists, maar ook betrouwbare hardware en veilige netwerken. ‘Net als een ketel of een luchtbehandelingskast zullen we ook sensornetwerken en algoritmes als essentiële assets moeten zien. Het zijn hardware en software die onderhoud en kalibratie nodig hebben. Een paar jaar terug was de kwaliteit van sensoren nog wel eens dubieus, maar dat verbetert snel. Naast de kwaliteit van de sensoren vereist ook de plaatsing de nodige aandacht. Let ook op dat sensoren niet, zonder dat je het door hebt, worden verplaatst.’ ‘De ruwe data zijn altijd eigendom van de vastgoedeigenaar’, zeggen Nabuurs en Van Drenth. ‘De grotere vastgoedeigenaren weten dat ook wel. En wij respecteren dat ook, want die data moeten beschikbaar zijn voor een andere onderhoudspartij als die een contract overneemt. Zo willen wij namelijk ook over die data beschikken, als we bij een object aan de slag gaan. Zodra wij echter intelligentie aan die data toevoegen, door via algoritmes deze in onze systemen en modellen te gebruiken, dan zijn dat onze assets. Maar de onbewerkte data worden altijd bewaard, zodat die overgedragen kunnen worden wanneer de eigenaar dat wenst.’

Werk met universele standaarden

‘Overigens zorgen wij vrijwel altijd dat de door ons bewerkte data, via ons PULSE Core platform, inzichtelijk zijn voor de eigenaar. Vaak ook voor andere partijen die in een onderhouds- of beheerrol bij het object betrokken zijn. Zo kan in elk geval de klant meekijken wat wij doen en waarop we onze conclusies baseren; het is goed om daarin zo transparant mogelijk te zijn.’ ‘Wat ons werk soms wel bemoeilijk’, valt Van Drenth zijn collega bij, ‘is de installatie van gesloten systemen. In onze praktijk komen we helaas nog wel eens leveranciers tegen die slimme systemen aanleggen, waarvan de data niet beschikbaar is of alleen in een zodanig format dat we er niets mee kunnen. Dat is iets waar vooral opdrachtgevers op moeten letten. Ze zouden in elk geval voorwaarden kunnen stellen aan de wijze waarop en in welk format een leverancier de data moet aanbieden die uit zijn systeem komt.’ ‘Wij zullen daarin ook een adviserende rol vervullen’, gaat Nabuurs verder. ‘We hebben er uiteraard niets op tegen dat iemand die specialist is op een bepaald technisch gebied een slim systeem levert en installeert. Maar zorg er wel voor dat de data te integreren is in modellen die met universele standaarden werken.’

Op weg naar digital twins

Uiteindelijk voorzien Nabuurs en Van Drenth dat de modellen die zij nu al bouwen tot zogeheten digital twins zullen leiden. Bij SPIE zijn ze, zeker sinds de integratie van Worksphere binnen het bedrijf, al een flink eind op weg om met data, machine learning en artificial intelligence een digital twin specialist te worden. ‘In samenwerking met onder andere TU delft zetten we voor het onderzoekstraject B4B (brains for buildings) machine learning en AI al tot op zekere hoogte in om ons onderhoud en beheer efficiënter te maken. Ook kunnen we energieverbruik voorspellen. Verder gebruiken we deze technieken voor de zachte kant van gebouwbeheer, dus wat vindt de gebruiker van zijn omgeving en het binnenklimaat. Daar kunnen we met deze technieken beter op inspelen’, vertelt van Drenth. ‘Belangrijkste is dat we, naast de hardware en de slimme softwaresystemen, de juiste mensen aantrekken. Naast data scientists zijn dat ook onderhoudsconsultants, bouwfysicaspecialisten, facility en logistieke specialisten. Die mensen zijn moeilijk te vinden. Op banenbeurzen staan we tussen Philips, ASML en Microsoft, die ongeveer dezelfde specialisten zoeken. Ons voordeel is dat deze specialisten bij ons nog niet één van de honderd of duizend in dezelfde functie zijn. Ook spreekt het veel mensen aan dat ze in ons vak echt een verschil kunnen maken. Ze zijn met wezenlijke vraagstukken bezig; gezondheid van mensen verbeteren, het fossiele energiegebruik naar nul reduceren. Dergelijke uitdagingen blijken gelukkig veel mensen aan te spreken’, besluit Nabuurs.

BRON: TVVL - Toekomst & Trends magazine

Markten

Neem contact op

Zijn er vragen of is er behoefte aan meer informatie? Vul het formulier hiernaast in en wij nemen zo spoedig mogelijk contact op.

  • Wij gebruiken deze gegevens enkel voor de afhandeling van de informatie- of contactaanvraag, zoals beschreven in het Privacy statement
  • Voor vragen over werken bij SPIE, ga naar de "Werken bij"-website