Menu Search
Terug naar Nieuws

Deze mannen met stalen zenuwen stampen de nieuwe Zeeuwse stroomsnelweg uit de grond

Ja, die poppetjes daar helemaal bovenin die hoogspanningsmast, dat zijn mensen. Mannen van staal, tussen staal maar vooral ook met stalen zenuwen. Je moet het maar durven, op negentig meter hoogte. De nieuwe stroomsnelweg die als een ritssluiting Zuid-Beveland van oost naar west doorkruist, begint steeds meer vorm te krijgen.

Al maanden zijn aannemers druk aan het graven, heien en beton storten tussen Borssele en Rilland. Ze werken op 109 verschillende plekken aan één van de grootste infrastructurele projecten van Zeeland: de nieuwe 380 kV-lijn. Donderdag werd dan eindelijk de eerste mijlpaal gerond. In het Sloebos bij Borssele, vlakbij het hoogspanningsstation waar de stroom van de gloednieuwe windparken op de Noordzee aan land komt, werd de eerste van in totaal 207 wintrackmasten in elkaar gezet.

Voor Kees Kleijwegt een moment om trots op te zijn. Al een paar jaar is de engineer van netbeheerder TenneT druk aan het rekenen en tekenen aan de masten. ,,Ze zijn allemaal een beetje anders”, vertelt hij, terwijl twee kranen van Mammoet het dertig meter lange gevaarte klaarmaken om opgetakeld te worden. ,,Gemiddeld zijn ze zestig meter hoog, maar afhankelijk van de lengte van de overspanning of de plaats zijn ze soms ook hoger. Het zwaarste stuk dat getakeld moet worden weegt 72 ton.”

 

Grijze luchten, dus grijze masten

Aan de buitenkant zien ze er allemaal vrijwel hetzelfde uit. TenneT heeft voor ranke ‘wintrackmasten’ gekozen. Geschilderd met grijze verf, passend bij de kleur van de meest voorkomende wolkenlucht in Zeeland. In tegenstelling tot de masten die een paar jaar geleden bij het nieuwe hoogspanningsstation in Rilland zijn gebouwd, hebben deze 207 pylonen zes zwarte zij-armen, waar straks de stroomdraden aan vast zitten. ,,Een keuze van de architect”, zegt Kleijtweg. Die bepaalde ook dat de verschillende delen aan de binnenkant met bouten (48 stuks per ring) aan elkaar worden gezet. ,,Zo zie je aan de buitenkant alleen een naad.”

Zo’n stroommast heeft een ladder aan de binnenkant, maar kan ook langs de buitenkant bestegen worden. ,,Aan die rails kan een automatisch liftje vastgemaakt worden, of een een soort schaatssysteem. Dan zit je met je voet in een ijzeren schoen eraan vast en werk je je zo omhoog.” Kleijtweg moet er zelf niet aan denken. ,,Maar er zijn mensen die dat héél leuk vinden”, grijnst hij, wijzend op de mannen die nonchalant boven de rand van de halve mast wachten tot ze ‘opgesloten’ worden door het bovenste deel.

Het wachten op het ‘mijlpaalmoment’ duurt lang. De transportsteunen die aan de in Denemarken geproduceerde mastdelen zijn bevestigd, zitten nét iets te stevig vast. Als de bouten eenmaal losgedraaid zijn, gaat het snel. In nog geen vijf minuten staat het enorme gevaarte op z’n plek en torent hij hoog boven het Sloebos uit. Voorlopig nog even werkeloos. Pas in 2023 hangen de draden erin en is de stroomsnelweg geopend.

Foto’s: Johan van der Heijden

98 meter hoog, inclusief ‘petje’

Een paar dagen eerder, twintig kilometer verderop, spreken we Dirk-Pieter van Es. ,,Jullie zijn net te laat”, zegt de opgewekte omgevingsmanager van aannemer SPIE. Hij wijst op de reusachtige gele kraan die zojuist het bovenste deel van de vakwerkmast onderaan de Vlakebrug op z’n plek heeft getakeld. ,,Bijna het hoogste punt. Helemaal op het laatst krijgt hij nog z’n petje, zoals wij dat noemen.” De twee masten langs het Kanaal door Zuid-Beveland zijn met 98 meter flink groter dan de wintrackmasten. Dankzij die extra hoogte blijft er bij hoog water nog 47 meter over voor de scheepvaart.

In tegenstelling tot het desolate Sloebos, zijn er hier wel toeschouwers. Voor het publiek – veelal oudere mannen uitgerust met fiets en pet –  is het nog niet voorbij met het spektakel. Ook al is het lunchtijd, de tien mannen komen niet naar beneden voor een boterham. ,,Dan zijn we ze alleen al twee keer tien minuten kwijt voor het klimmen”, lacht Van Es. Zo’n 750-tons kraan is niet gratis. En tijd is geld, dus door met het volgende onderdeel: de eerste van de zes armen waarmee de stalen reus straks de stroomdraden vasthoudt.

Werkvoorbereider Bram Smetsers weet hoe het is om op zo’n hoogte te werken. ,,Ik heb zelfs in masten van 160 meter gewerkt.” Hij komt net terug van een klus bij Nieuwdorp, waar hij oude hoogspanningsmasten van Pechiney sloopt. ,,Nieuwe bouten aandraaien is een stuk makkelijker dan oude, die onder een heleboel verflagen zitten, losmaken”, zegt hij terwijl hij belangstellend de verrichtingen van zijn collega’s volgt.  En bouten, die zijn er genoeg in zo’n bouwwerk, 15.611 stuks om precies te zijn, zegt Van Es.

Een arm op z’n plek manoeuvreren is echt een huzarenstukje, weten de mannen van SPIE. Bij het opbouwen van de romp is het, oneerbiedig gezegd, een kwestie van blokken stapelen. Voor een arm is het de kunst om ondanks het ongelijkmatig verdeelde gewicht het 16 meter brede gevaarte rustig naar de juiste plek te begeleiden. Mede dankzij het windstille weer verloopt de operatie gesmeerd. ,,Geweldig om te zien”, zegt Smetsers.

Lees het volledige artikel hier

BRON: PZC.nl

Wilt u meer weten?

Neem contact op met Stijn Gelderblom

+31 (0)6 108 791 34 s.gelderblom(at)spie.com