Menu Search
Terug naar Nieuws

Fieldlab CAMINO Proeftuin Sluis Eefde

Het vergt omdenken om 'niet te wachten tot er een rood lampje gaat branden'

In Fieldlab CAMINO wordt gewerkt aan het 100% voorspelbaar maken onderhoud van infrastructurele werken. Niet alleen nieuwe kunstwerken; juist bij de oudere is het van cruciaal belang dat de levensduur geoptimaliseerd wordt, met aandacht voor kosten en beschikbaarheid. Gezien de staat en de gemiddelde leeftijd van bruggen, sluizen en gemalen in Nederland is nu aandacht nodig, om te voorkomen dat op korte termijn spoedeisende grote vervangingen noodzakelijk zijn. De sluis en het gemaal in het Twentekanaal bij Eefde fungeerde de afgelopen jaren als proeftuin. We spreken Rick Schuller (business development manager van SPIE en projectleider bij Fieldlab CAMINO) en Rob Burghard (directeur-eigenaar enerGQ BV) over hun ervaringen.

Rijkswaterstaat heeft een programma Vitale Assets. Daarmee bereidt het zich voor op de toekomst, met name door het concept smart maintenance ‘naar de infra te halen’, en dan specifiek naar het beheer van natte objecten, zoals bruggen, sluizen en gemalen. Het is een programma met vijf hoofdthema’s: visie, markt, experimenten, kennis- en datainfrastructuur en organisatie(verandering). CAMINO is binnen Vitale Assets het nationale deelprogramma; BE-GOOD het internationale. In het programma oriënteert RWS zich op het implementeren van smart maintenance in haar werkprocessen. Dat gebeurt letterlijk samen met markt. SPIE en enerGQ hebben als marktpartijen geparticipeerd in de proeftuin Sluis Eefde.

Partnerschap

Beide bedrijven zijn door Rijkswaterstaat bij het project gehaald. Rob Burghard: “enerGQ verzorgde al de energiemonitoring en -analyse bij twee andere sluizen van Rijkswaterstaat. We zijn bij CAMINO aangehaakt na contact tijdens een World Class Maintenance-conferentie met RWS-adviseur Gilbert Westdorp over energieverbruik als indicator en voorspeller van storingen. Het belang ervan is dan niet eens in de eerste plaats het terugdringen van je energieverbruik, maar het inzetten van verbruiksdata om te zorgen dat je storingen detecteert voordat ze zich daadwerkelijk voordoen. Dat is de specifieke inbreng van enerGQ in het geheel. EnerGQ levert de intelligente software en ‘plug & play’-energiesensoren om afwijkingen in conditie van apparatuur al in een heel vroeg stadium zichtbaar te maken.” Rick Schuller: “SPIE is bij het project gehaald door Angelien van Boxtel, programmamanager Vitale Assets bij Rijkswaterstaat. Wij waren als specialist van de besturingstechniek en industriële automatisering, betrokken  in het areaal. SPIE is verantwoordelijk voor het preventief, correctief, en storingsonderhoud aan de E + W installaties al betrokken bij het project Vitale Assets. Domeinkennis van de assets heeft ertoe bijgedragen dat wij zijn gevraagd mee te doen met de proeftuin Sluis Eefde, dat de status had van World Class Maintenance Fieldlab. Dit project, met innovatie, duurzaamheid en digitalisering als essentiële onderdelen, was SPIE op het lijf geschreven.”

Domeinkennis en datakennis

Schuller: “De insteek van het project was het toepasbaar maken van het concept smart assetmanagement op de infra, en hier dus op de Sluis Eefde. Dat gebeurt vooral door sensoring. De samenwerking door de hele keten heen was interessant. Het was aftasten: wat om je halen en wat kom je brengen?” Rob Burghard: “Essentieel bij dit soort pilots is het samenbrengen van domeinkennis en kennis van energie en dataanalyse. Op de grote lijnen stuur je het project met een groep van een man of 12. Elke partij heeft verantwoordelijkheid voor zijn eigen deel. De kunst is te leren dat je je niet terugtrekt op de eigen expertisegebied, maar dat je elkaar opzoekt en je expertises samenbrengt.”

Sluis Eefde

Open dataverzameling

De data die in het project gegenereerd worden staan ten dienste van alle partijen. Rob Burghard: “Leveranciers krijgen hiermee bijvoorbeeld inzicht in de prestaties van hun producten in de praktijk. En aannemers kunnen de sensoren ook uitlezen en er hun analyse van maken. Zo kan de aannemer die verantwoordelijk is voor het onderhoud de beste inschatting maken van het beste moment van onderhoud.” Schuller: “Je ontwikkelt samen een nieuwe onderhoudsstrategie, maar het is vooral ook een werkwijze die grote veranderingen meebrengt in je werkprocessen, en daarnaast is het ook een leerproces: smart maintenance vraagt een heel andere benadering van assetbeheer. De partijen die ook al in de industriële sector werkzaam waren, kenden dat al, maar in de infra is het vrij nieuw. Het vergt omdenken om ‘niet te wachten tot er een rood lampje gaat branden’. Maar het motiveert iedereen enorm om te zien hoeveel je ermee opschiet.”

Winst

Smart maintenance leidt tot een aanzienlijke kostenreductie. Rob Burghard: “Je vervangt geen onderdelen die nog best een tijd meekunnen; dat is de eerste winst. Maar je ziet ook een storing aankomen voordat hij zich voordoet, en in die fase heb je een veel betere kans om de oorzaak van een naderend manco te ontdekken, en daar iets aan te doen. Dat voorkomt dat je een tweede keer je onderdeelmoet vervangen omdat zich hetzelfde euvel nog eens voordoet. Je energieverbruik daalt; ook dat levert geld op. En mettertijd gaan smart maintenance en assetmanagement zeker ook leiden tot een andere manier van ontwerpen, waarbij minder onderdelen van een installatie redundant uitgevoerd hoeven te worden. Dat alles nog afgezien van de winst die gebruikers ondervinden doordat de beschikbaarheid van het kunstwerk geoptimaliseerd wordt.”

De samenwerking tussen beide partijen en Rijkswaterstaat heeft zich inmiddels ook uitgebreid tot het gemaal de Stolp in regio WNN.

BRON: OTAR Editie 1-2021

Wilt u meer weten?

Neem contact op met Rick Schuller

+31 (0)6 238 215 88 rick.schuller(at)spie.com